Collectieve renovatie C14 Star: een starre voering in zwart PP (PZ-reeks) voor een gemeenschappelijk rookgaskanaal in een bestaande schacht, van ø110 tot ø200 met aftakkingen ø60 of ø80. Condensatieketels op verschillende verdiepingen blazen af in één kolom; de verbrandingslucht komt uit de schacht rond de voering (C14, half-CLV). Elk T-stuk heeft een afschroefbare aansluitbuis: de kolom zakt van bovenaf in de schacht en per ketel volstaat één boring van ø130 mm door de schachtwand. Onder elk T-stuk komt een absorber die de uitzetting opvangt. Rookgas tot 120 °C, overdruk, EN 14471.
Lees verder
Opbouw van boven naar beneden. De nummers staan ook op de afbeelding. Herhaal 2 tot 5 voor elke verdieping met een ketel.
| Nr | Onderdeel | Code | Waar |
|---|---|---|---|
| 1 | Uitmonding met schachtafdekplaat, zwart UV-bestendig | PZK | bovenaan op de schacht; hier komt ook de verbrandingslucht de schacht in |
| 2 | Afstandhouder | PZAH | om de 2 m, houdt de kolom in het midden van de schacht |
| 3 | Buis zwart PP 25 cm, 50 cm, 1 m of 2 m | PZ25, PZ50, PZ100, PZ200 | tussen de T-stukken, op maat gecombineerd |
| 4 | T-stuk C14 87° 1 m met afschroefbare aansluitbuis | PZC14T | één per ketel, mof naar boven, ter hoogte van de boring ø130 |
| 5 | Absorber 500 mm | PZC14ABS | direct onder elk T-stuk |
| 6 | Mof met condensafvoer (condenslekdop) | PZRBK | onderaan de kolom, in de ring van de steunvoet |
| 7 | Steunvoet | PZC14SV | op de bodem van de schacht, draagt de kolom |
| – | Concentrische ketelaansluiting met muurplaat | volgens ketel | binnen het rookgas naar de aansluitbuis, buiten de lucht uit de schacht |
| – | Sifon geschikt voor overdruk | apart | onder de mof met condensafvoer, naar riolering of neutralisatiebox |
Eén boring van ø130 mm per ketel, geen grote openingen. Een gewoon T-stuk past met zijn aftakking niet door een schacht: dan moet de schacht op elke verdieping open. Op de aftakking van het C14-T-stuk zit een schroefkoppeling. Je laat de kolom zonder aansluitbuizen van bovenaf zakken, boort per verdieping één gat van ø130 mm door de schachtwand (bij een shunt gewoon door de shunt tot in het hoofdkanaal) en schroeft door dat gat de aansluitbuis van 500 mm op de aftakking. De concentrische ketelaansluiting past in dezelfde boring. De schroefverbinding blijft dicht onder overdruk, komt niet los door uitzetten of trillen en kan later weer los voor nazicht: steviger en duurzamer dan een klikverbinding. De mof staat altijd naar boven, het T-stuk zo hoog mogelijk onder het plafond.
Waarom een absorber onder elk T-stuk? Een starre PP-buis zet uit als ze warm wordt, ongeveer 0,16 mm per meter en per graad: ruim 4 cm over een verdieping van 3 m. De T-stukken zitten vast via hun aansluitbuis in de muur, dus de buis ertussen kan niet vrij schuiven. De absorber van 500 mm vangt die uitzetting op, zodat T-stukken en mofverbindingen niet onder spanning komen.
Hoe komt de lucht bij de ketel? Bij C14 is de bestaande schacht het luchtkanaal. De verbrandingslucht komt bovenaan langs de schachtafdekking de schacht in en stroomt rond de kolom naar beneden, het rookgas gaat in de kolom omhoog (tegenstroom). Elke ketel sluit concentrisch aan op de schachtwand met een muurplaat: binnenin gaat het rookgas via de aansluitbuis ø60 of ø80 naar het T-stuk, de buitenbuis eindigt open in de schacht en zuigt daar de lucht aan. Daarom moet de schacht luchtdicht zijn: alle andere openingen, luiken en doorvoeren dicht, geen andere leidingen in de schacht. De aansluiting ligt met minstens 3° afschot naar de ketel, en elke ketel heeft een terugstroombeveiliging (in de ketel of met een klep). Gebruik alleen ketels die vrijgegeven zijn voor een collectief kanaal in overdruk, C(10) of C(14), volgens gas.be (NBN D 51-003 bijlage E).
In een shunt of een oude CLV. In een shuntschoorsteen komt de kolom in het hoofdkanaal. De shuntafscheiding mag doorboord worden zodat de bijkanalen mee lucht leveren; de oude aansluitingen van de woningen gaan dicht, alle toestellen worden samen vervangen en de ventilatie van de woningen wordt apart geregeld. Een oude CLV (3CE) bestaat uit twee concentrische buizen in een gemetselde koker: binnenin het oude rookgaskanaal, daarrond de luchtmantel. De kolom komt in het oude rookgaskanaal, dat als koker blijft staan. De lucht komt zoals vroeger langs de bestaande CLV-kap met gaas binnen en loopt door de luchtmantel naar beneden; de concentrische ketelaansluiting eindigt open in die mantel, alleen de aansluitbuis gaat door de wand van het oude rookgaskanaal tot in het T-stuk. Is het oude rookgaskanaal niet recht, kies dan PR C14 Flexible.
Condensaat. Onderaan vangt de mof met condensafvoer het condensaat van de hele kolom op; voer het af via een sifon die geschikt is voor overdruk, bij grotere vermogens via een neutralisatiebox.
Welke diameter? De diameter van de kolom volgt uit het aantal ketels, hun vermogen, de hoogte en de schachtmaat (EN 13384-2). Stuur ons de ketels, het aantal verdiepingen en de schachtmaat: we rekenen het kanaal na en maken de stuklijst.
Star of Flexible? Is de schacht recht en ruim genoeg, dan geeft PZ C14 Star een stevige kolom met vaste T-stukken. Heeft de schacht bochten of versprongen, kies dan PR C14 Flexible.
Ventichim levert het volledige collectieve kanaal C14, van uitmonding tot steunvoet, aan installateurs in heel België. De C14-stukken zijn niet op voorraad: levertijd 2 à 3 weken.